Het overlijden van een cliënt is een met emoties omgeven gebeurtenis. Het
is daarom zinvol deze leidraad te gebruiken om te voorkomen dat belangrijke
zaken in deze vergeten dreigen te worden. Afsprakenlijstjes kunnen hierbij ook
helpend zijn
Vooraf
-
Zorg dat de namen en telefoonnummers van familieleden en andere
belanghebbenden genoteerd staan in het zorgdossier.
-
Zorg dat de namen van betrokken behandelaren en zorgverleners in het
zorgdossier vermeld staan.
-
Zorg dat hulpmiddelen als incontinentiemateriaal, onderleggers en
disposable handschoenen aanwezig zijn.
-
Zorg dat bekend is welke familieleden eventueel gaan helpen.
-
Zorg dat de laatste wensen van de cliënt (en anders van de familie)
bekend zijn.
-
Zorg dat bekend is op welk moment familie voor de laatste zorg wil
worden gewaarschuwd.
B.
Directe acties na een
overlijden.
-
Een (huis-)arts inschakelen om overlijden officieel vast te laten
stellen. (zie ook E-1)
-
Familie en / of contactpersoon van de overledene informeren. (zie ook E-2)
-
Leidinggevende informeren.
-
Tijdstip en omstandigheden van overlijden rapporteren
-
Indien gewenst een geestelijke of pastor waarschuwen.
-
Uitvaartverzorger (laten) waarschuwen (deze draagt vaak ook zorg voor
het afleggen)
-
Overledene (laten) afleggen in overeenstemming met diens wensen.
-
Overledene opbaren in overeenstemming met de wensen van de nabestaanden
van de overledene en / of hierbij helpen.
Let op:
Bij bijzondere omstandigheden (ongeval, suïcide of verdachte
omstandigheden) overledene niet aanraken of verplaatsen en nieuwsgierigen op
afstand houden
C.
Latere acties na een
overlijden.
-
Cliëntenadministratie waarschuwen
-
Medewerkers van de voorziening waarschuwen, een en ander conform de
gemaakte afspraken.
-
Indien van toepassing andere hulpverleners van de overledene (zowel
intern als extern, zoals bijv. fysiotherapeut, activiteitencentrum, werkgever)
informeren, af te stemmen met de nabestaanden.
-
Eventuele medecliënten informeren.
-
Indien gewenst een overlijdensadvertentie namens de voorziening
plaatsen.
-
Het versturen van rouwkaarten is in eerste instantie een taak voor de
nabestaanden.
-
Organiseren van een mogelijkheid tot het nemen van afscheid van de
overledene.
-
Regelen dat er een vertegenwoordiging van de voorziening bij de
condoleance en begrafenis / crematie aanwezig is.
-
Eventueel medecliënten begeleiden voor tijdens en na de begrafenis /
crematie
-
Eventueel in een later stadium de zorg- en dienstverlening formeel met
de familie afronden.
-
Met het team het overlijden, de emoties en het gehele proces na het
overlijden evalueren.
E.
Belangrijke aspecten rondom
een overlijden.
1.
Arts waarschuwen
De arts verstrekt een schriftelijke verklaring van
overlijden. (Vaak is dit de taak van de begrafenisondernemer) Maak hierover in
ieder geval afspraken!
In deze verklaring staat onder meer of de overledene
een natuurlijke dood is gestorven.
Deze verklaring is nodig om bij de burgerlijke stand
aangifte te doen van het overlijden en de overledene te kunnen begraven of
cremeren.
2.
Familie waarschuwen
Hierbij wordt rekening gehouden met eventueel
gemaakte afspraken (bij voorbeeld tijdens de nacht)
Afspraken maken over wie de familie en / of
contactpersoon informeert.
3.
Sectie / obductie
Soms is sectie / obductie (in gewoon Nederlands het
open maken van het lichaam) nodig.
Dit is soms nadrukkelijk gewenst om de doodsoorzaak
van de overledene na te gaan of om organen voor transplantatie te verwijderen.
Obductie / sectie wordt verricht door een patholoog, een arts die
gespecialiseerd is in deze vorm van onderzoek.
Voor sectie / obductie is uitdrukkelijke toestemming
nodig van de partner of andere nabestaanden. Opvattingen van hulpverleners over
een eventuele obductie zijn van ondergeschikt belang. Als de overledene de wens
te kennen heeft gegeven geen obductie te willen, kunnen nabestaanden niet meer
toestemmen in een obductie.
Bij onzekerheid over de doodsoorzaak, na een
ongeval, misdrijf of vermoeden daartoe geeft de Officier van Justitie opdracht
tot het verrichten van sectie.
De toestemming voor sectie is in de meeste gevallen
niet nodig wanneer de Officier van Justitie of de rechter-commissaris hiertoe
besluit.
In dat geval kan de uitvaart pas plaatsvinden na
toestemming van de Officier van Justitie.
4.
Donorregister raadplegen
Alleen wanneer een donorregistratie heeft
plaatsgevonden kunnen organen ter beschikking worden gesteld. Let er ook op of
er afspraken zijn ten aanzien van het lichaam ter beschikking stellen aan de
wetenschap.
5.
Testament nagaan
Het is belangrijk dat voor het regelen van de
uitvaart wordt nagegaan of er een testament is opgemaakt. In een testament kan
onder andere staan wie is aangewezen om de uitvaart te regelen of wat de wensen
van de overledene zijn.
Dit kan worden nagegaan bij de notaris of bij
het Centraal Testamenten Register.
6.
Codicil nagaan
Als er geen testament is opgemaakt, is er nog de mogelijkheid
dat de overledene een officiële handgeschreven, gedateerde en door de
overledene ondertekende wilsbeschikking (codicil) aanwezig is.
Ook hierin kunnen aanwijzingen staan voor de
uitvaart.
7.
Contact opnemen met de
uitvaartondernemer.
Van belang is na te gaan hoe de overledene verzekerd
was en of er een voorkeur is voor een bepaalde uitvaartondernemer.
Wanneer een opdracht aan een uitvaartondernemer
wordt ondertekend, verplicht men zich tot de kosten van de uitvaart!
8.
Contact opnemen met de
uitvaartverzekeraar
Als de overledenen een uitvaartverzekering
had, moet de verzekeraar schriftelijk op de hoogte te worden gebracht van het
overlijden en een kopie van de akte van overlijden mee gezonden worden.
9.
Contact opnemen met
levensbeschouwelijke organisatie
Als een kerkelijk verzorgde uitvaart gewenst
is of als er prijs op wordt gesteld dat een ambtsdrager van een
levensbeschouwelijke organisatie aanwezig is bij de begrafenis of crematie,
moet tijdig contact met deze persoon worden opgenomen. Stem daarbij af wie wat
doet.
10. Aangifte doen
Aangifte van overlijden moet worden gedaan
bij de Burgerlijke stand in de gemeente van overlijden. Meestal zorgt de
uitvaartondernemer hiervoor.
De lijkbezorging moet binnen vijf dagen na
overlijden plaatsvinden. De dag van overlijden zelf telt niet mee.
11.
Eigendommen van de cliënt
Geef eigendommen op enig
moment mee aan de betreffende nabestaande, maar laat hiervoor wel tekenen.
Dit zijn normaal gesproken taken voor de familie.
1. Verklaring van erfrecht bij
de notaris opvragen
2. Bank of Postgiro informeren
3. Werkgever /
uitkeringsinstanties informeren
4. Ziekenfonds of particuliere
ziektekostenverzekering inlichten.
5. Verzekeringen opzeggen
6. Lidmaatschappen opzeggen
7. Ingeval de overledene
getrouwd was is aandacht nodig voor:
-
Bedrijfspensioen
-
Beroepspensioen
-
Bijstandsuitkering
-
Anw
-
Overlijdensuitkering
-
Verlaging belastingstarieven
8. Hulpmiddelen die in
bruikleen zijn retourneren aan de verstrekkende instantie(‘s)
Het overlijden van een mens is
een door emoties omgeven gebeurtenis. Deze emoties kennen vele vormen en
gradaties en zijn persoonlijk.
De relatie die men met de
stervende of overledene is medebepalend voor de beleving voor deze gebeurtenis.
Daarnaast zijn ook de belevenis en opvattingen van de stervende of overledene
over leven en dood van grote invloed op ons denken en voelen; eens te meer
wanneer dit in verband wordt gebracht met onze eigen opvattingen over leven en
dood.
De belevenis van sterven en
dood wordt vaak ook beïnvloed door culturele achtergronden, de
levensbeschouwing en de tijd waarin we leven.
Dit alles betekent dat er
nooit één concept is voor de manier waarop we met een stervende, en na diens
overlijden met de nabestaanden, moeten of kunnen omgaan.
Universele uitgangspunten
rondom een overlijden zijn er wel zoals: respect, waardigheid en troost.
Bij een overlijden moeten
(cliënt-)begeleiders de aandacht nogal verdelen, waarbij de volgende aspecten
van belang zijn:
1.
Aandacht hebben voor de stervende / overledene.
2.
Aandacht hebben voor de naasten van de stervende / overledene.
3.
Aandacht hebben voor eventueel aanwezige medecliënten.
4.
Aandacht hebben voor de collega’s
5.
Aandacht hebben voor de (na-) zorgaspecten
6.
Niet vergeten ook aandacht te hebben voor zich zelf.
Ad.1
Het is juist voor iemand die
stervende is vaak van groot belang dat diens laatste wensen in vervulling
worden gebracht.
Dit kunnen wensen zijn tijdens
de stervensfase, maar het kunnen ook wensen zijn die betrekking hebben op de
zaken die na de dood aan de orde (gaan) komen.
Dit betekent dat er
vanzelfsprekend zo veel als mogelijk goed geanticipeerd moet worden op de
zorgbehoefte, ondersteuningsbehoefte en andere wensen van de cliënt; ook als
dit niet strookt met onze eigen opvattingen.
Dit vraagt van begeleiders een
professionele houding en een grote mate van inventiviteit en creativiteit.
Ad.2
Het is erg belangrijk dat de
naaste verwanten de gelegenheid krijgen om te waken. Ook zal het nodig kunnen
zijn oog te hebben voor hun rust. Denk ook op tijd aan eten, koffie en
dergelijke.
Ad.3
Vertel eventuele medecliënten
wat er gaande is (geweest) en geef ruimte voor hun emoties.
Ad.4
Collega’s kunnen het rondom
een overlijden van een cliënt behoorlijk moeilijk hebben. Elkaar opvangen is
dan erg belangrijk.
Als de cliënt is overleden is
het erg belangrijk aan te geven dat ook de naaste begeleiders afscheid moeten
kunnen nemen van de overledene.
Ad.5
Geef gelegenheid voor
godsdienstige en/of culturele uitingsvormen rondom een overlijden. Dit kan zich
uitstrekken tot het (laten) afleggen en opbaren conform de wensen.
Ad.6
Hoewel een professionele
houding van de begeleider mag worden verondersteld, is het belangrijk ruimte te
bieden voor je eigen emoties. Vraag hierbij zo nodig hulp aan anderen.
Het is goed om enige tijd na
het overlijden deze gebeurtenis binnen het team te evalueren.
Rouwverwerking is ook voor
begeleiders belangrijk. Gun anderen en jezelf hiervoor de tijd.
Een
cliënt kan plotseling overlijden. Dit gaat vaak gepaard met veel emoties omdat
men het niet “zag aankomen”.
Maar
het komt ook vaak voor dat een overlijden zich wel aankondigt.
Het
kan dan belangrijk zijn belanghebbenden tijdig te waarschuwen.
Het
tijdstip waarop men anderen waarschuwt hangt af van de afspraken die men heeft
gemaakt.
Het
herkennen van een naderend sterven is dan erg belangrijk.
De
verschijnselen die kunnen duiden op een naderend sterven zijn:
-
Problemen met slikken
-
Doodsreutel
-
Verandering van de ademhaling (soms sneller – langzamer – tijdelijke
stilstand)
-
Doodsmasker en blauwe vlekken
-
Lijkvlekken achter op de benen en rug
-
Terminale koorts
-
Overmatige transpiratie
-
Incontinentie en ejaculatie
-
Onwillekeurige bewegingen
-
Afwezigheid
Tot slot.
Hoe vaak men ook met sterven
te maken krijgt: het zal altijd weer anders zijn.
En hoe goed men z’n best ook doet:
elke keer zullen er weer (andere) fouten worden gemaakt.
De bovenstaande tekst is geen
onfeilbaar recept voor dé juiste benadering bij een sterven.
Omwille van de leesbaarheid is
de tekst summier gehouden. Rondom overlijden bestaat voldoende relevante
literatuur.
Keerzijde A.G.van Gilse
Afscheid nemen van onze doden Johanna Fortuin e.a.
Leven tot we afscheid nemen Elisabeth Kubler
Ross
Levenslessen Elisabeth
Kubler Ross
Lessen voor levenden Elisabeth
Kubler Ross
Voorbeeld Aftekenlijst van
zaken die gedaan moeten worden bij een overlijden
|
Contactpersoon
van de overledene informeren |
|
|
Leidinggevende
informeren |
|
|
Contact
opnemen met alle medewerkers van de voorziening, bekend is wie op korte termijn
en wie later geïnformeerd wil worden |
|
|
Contact
opnemen met de overige hulpverleners van zowel de organisatie als uit de
eerste lijn |
|
|
Informeren
van medecliënten |
|
|
Informeren
van de Directie |
|
|
Informeren
van overige contacten zoals de activiteitendienst, werkgever etc. Mogelijk
dat de familie deze taak op zich neemt |
|
|
Verzorgen
en plaatsen van een overlijdensadvertentie namens de voorziening en een van
de Directie |
|
|
Zorg
dragen voor een bloemstuk namens de woonvorm en de Directie |
|
|
Het
versturen van een condoleance per post naar de familie |
|
|
Coördineren
van de mogelijkheid tot afscheid nemen van de overledene |
|
|
Coördineren
van de aanwezigheid bij de begrafenis indien gewenst |
|
|
Individuele
begeleiding van cliënten indien gewenst. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bellijst personeel, wie wil
er direct en wie later geïnformeerd worden:
|
Naam: |
Direct |
Later |
Opmerking |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Let op:
Het is de bedoeling met dit
protocol een bijdrage te leveren aan een goede, verantwoorde en doelmatige
zorg- en dienstverlening. Het kan zo nodig worden aangepast aan de individuele
wensen van de cliënt. Bij twijfel ten aanzien van de uitvoering van dit
protocol of in situaties waarin dit protocol niet voorziet, overlegt men met de
direct leidinggevende.
Afwijken van dit protocol kan
soms noodzakelijk zijn, doch men zal afwijken van dit protocol te allen tijde
moeten kunnen motiveren. Dit protocol is slechts een hulpmiddel en kan en mag
nimmer de plaats innemen van het eigen denken en handelen van de zorgverlener /
ondersteuner.
De zorgverlener / ondersteuner
kent en neemt bij het hanteren van dit protocol zijn of haar eigen verantwoordelijkheid.
Deze richtlijn is niet bedoeld
voor particulier gebruik.
Auteur: D.Slagter, verpleegkundige
Publicatiedatum:
1 mei 2001
Laatste herziening: 07-03-2011
Disclaimer: De
auteur draagt geen enkele verantwoordelijkheid ten aanzien van het gebruik van
deze richtlijn. Raadpleeg zo nodig de arts.
Copyright © 2001 - 2012 Dick Slagter
All rights Reserved.