Richtlijn

 

Geneesmiddelen toedienen aan cliënten met sondevoeding

 

 

 

Doel

Het maximale resultaat bereiken met de betreffende medicatie ook wanneer toediening per sonde noodzakelijk is.

 

Algemene opmerkingen

-                 Het verdient de voorkeur dat medicijnen op de voorgeschreven wijze worden toegediend, ook als het tabletten, dragees of poeders betreft omdat de werking ervan mogelijk teniet gedaan wordt.

-                 Zo mogelijk laat men de medicijnen via de mond langs de sonde in nemen.

-                 Indien de cliënt de medicijnen beslist niet via de mond kan innemen, raadpleegt men de arts en / of apotheker voor eventuele alternatieven en de wijze waarop het medicament het best via de sonde kan worden toegediend.

-                 In deze richtlijn wordt er van uit gegaan dat de cliënt al een sonde in heeft.

 

Voorbereiding

-                 Vertel de cliënt het doel van de handeling; wat er gaat gebeuren en dat alles pijnloos kan verlopen of indien deze niet kan begrijpen: noem de naam van de cliënt en vertel dat er iets gaat gebeuren.

-                 Zet alle benodigdheden binnen handbereik klaar

 

Werkwijze

-                 Medicijnen klaarzetten of op de voorgeschreven wijze fijnmalen en mengen met water.

-                 Sondevoeding stoppen door de rolregelklem te sluiten of pomp uit te zetten of in hold-stand te zetten.

-                 Sonde doorspuiten met minimaal 10-25 ml (kraan)water of fysiologisch zout.

-                 Geneesmiddel in vloeibare vorm toedienen.

-                 Sonde weer doorspuiten met minimaal 10-25 ml (kraan)water of fysiologisch zout.

-                 Sondevoeding weer starten.

-                 Noteer in het dossier (of ander afgesproken plaats) dat de medicatie gegeven is.

 

Complicaties

-                 Verstopping van de sonde

-                 Bijwerkingen omdat de eventuele beschermende bewerking(en) van het medicijn te niet wordt gedaan. (Afhankelijk van de methode en de aard van het medicijn)

 

Complicaties moeten altijd in het zorgdossier worden opgeschreven en aan de arts te worden gemeld

 

Mag zelfstandig worden verricht door

Verpleegkundige                     is bevoegd

Andere zorgverleners              als men beschikt over een bekwaamheidsverklaring (afhankelijk van het beleid van de organisatie waar men werkt)

 

 

Let op:

Het is de bedoeling met deze richtlijn een bijdrage te leveren aan een goede, verantwoorde en doelmatige zorg- en dienstverlening. Het kan zo nodig worden aangepast aan de individuele wensen van de cliënt. Bij twijfel ten aanzien van de uitvoering van deze richtlijn of in situaties waarin deze richtlijn niet voorziet, overlegt men met de direct leidinggevende.

Afwijken van deze richtlijn kan soms noodzakelijk zijn, doch men zal afwijken van deze richtlijn te allen tijde moeten kunnen motiveren. Deze richtlijn is slechts een hulpmiddel en kan en mag nimmer de plaats innemen van het eigen denken en handelen van de zorgverlener / ondersteuner.

De zorgverlener / ondersteuner kent en neemt bij het hanteren van deze richtlijn zijn of  haar eigen verantwoordelijkheid.

Deze richtlijn is niet bedoeld voor particulier gebruik.

 

 

Auteur: D.Slagter, verpleegkundige

Publicatiedatum: 1 mei 2001

Laatste herziening: 07-03-2011

Disclaimer: De auteur draagt geen enkele verantwoordelijkheid ten aanzien van het gebruik van deze richtlijn. Raadpleeg zo nodig de arts.

 

Copyright © 2001 - 2012 Dick Slagter All rights Reserved.