|
Kwaliteit en wetgeving
Voorbehouden handeling
Bekwaamheidsregeling en protocollen
Protocollen
Bekwaamheidsverklaringen
De Wet BIG is een
kwaliteitswet. Dat wil zeggen dat de overheid zich bemoeit met kwaliteit door
wet en regelgeving. Het doel hiervan is enerzijds de kwaliteit van de
beroepsuitoefening te bevorderen en te bewaken en anderzijds de cliënt te
beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen.
De Wet BIG richt
zich op de individuele beroepsbeoefenaar die beroepsmatig handelt. De Wet BIG
is een bevoegdhedenregeling en een regeling van het systeem van Voorbehouden
Handelingen. Ten aanzien van de Voorbehouden Handelingen worden twee soorten
bevoegdheid onderscheiden: zelfstandig bevoegd volgens artikel 36 (arts,
tandarts en verloskundige) en niet-zelfstandig bevoegd (waaronder
verpleegkundigen). Zelfstandig bevoegden stellen zelf de indicatie en voeren
de handeling op eigen gezag uit, mits zij hierin ook bekwaam zijn.
Indien een beroep wettelijk is geregeld
garandeert de overheid dat de beoefenaren van dat beroep ter zake kundig zijn.
Voor de niet-zelfstandig bevoegde
beroepsbeoefenaar (bijvoorbeeld verpleegkundigen) geldt "onbekwaam maakt
onbevoegd". De niet-zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaar bepaalt zelf zijn of
haar bekwaamheid.
De bevoegdheidsregeling Voorbehouden Handelingen
heeft betrekking op alle beroepsbeoefenaren in de individuele gezondheidszorg.
Zij die niet beroepsmatig Voorbehouden Handelingen uitvoeren, zoals cliënten,
ouders en familieleden, vallen niet onder de wet BIG
Het uitgangspunt van de wet BIG is dan ook dat in principe iedereen handelingen
op het gebied van de individuele gezondheidszorg mag uitvoeren, mits men aan de
gestelde voorwaarden voldoet.
De regeling Voorbehouden Handelingen kent drie
categorieën bevoegdheden:
-
Bevoegd tot de indicatiestelling van de
Voorbehouden Handeling en de uitvoering hiervan, de arts;
- Bevoegd tot het functioneel zelfstandig
verrichten van de Voorbehouden Handeling in opdracht van de eerstgenoemde
bevoegde, de verpleegkundige;
-
Bevoegd tot het verrichten van de handeling
in opdracht, onder toezicht en met aanwijzing van de eerstgenoemde bevoegde.
In het laatst genoemde
geval kan de arts telefonisch bereikbaar zijn om zo nodig de beroepsbeoefenaar
mondeling aanwijzingen of een aanvullende opdracht te geven. De arts kan ook
ter plekke aanwezig zijn om zo nodig in te grijpen en de handeling over te
nemen.
Het is dus verboden een Voorbehouden Handeling te verrichten tenzij:
Degene die handelt met inachtneming van het bovenstaande, handelt bevoegd.
De Voorbehouden Handelingen volgens artikel 39 zijn, voor zover zij
betrekking kunnen hebben op de verpleegkundigen:
-
katheterisaties (blaas, maag, toedienen van geneesmiddelen via
toedieningssytemen)
-
injecties (intramusculair, subcutaan, intra-cutaan)
- puncties
In dit artikel wordt geregeld dat deze handelingen
kunnen worden gerekend tot het deskundigheidsgebied van de verpleegkundige,
zodat zij wettelijk bevoegd zijn deze handelingen functioneel zelfstandig (dat
wil zeggen zonder fysiek toezicht en tussenkomst van de opdrachtgever) uit te
voeren. In alle gevallen geldt echter dat er een opdracht moet zijn om een
Voorbehouden Handeling uit te kunnen voeren en dat men bekwaam moet zijn.
Ook anderen (ziekenverzorgenden, leerlingen en alle
andere medewerkers binnen een organisatie) mogen de eerder genoemde handelingen
uitvoeren, mits zij bekwaam zijn én de mogelijkheid van toezicht en / of
tussenkomst van de arts bestaat én mits het beleid van de instelling daarin
voorziet. Dat wil zeggen dat deze categorie niet functioneel zelfstandig is.
De niet zelfstandig bevoegde handelt dus overeenkomstig de aanwijzingen van de
zelfstandig bevoegde. De niet zelfstandig bevoegde mag bovendien een
Voorbehouden Handeling alleen uitvoeren indien zowel hijzelf als de
opdrachtgever redelijkerwijs mag aannemen dat hij beschikt over de bekwaamheid
om de opdracht naar behoren uit te voeren.
Naast de wet BIG heeft een instelling
verantwoordelijkheden in het kader van de Kwaliteitswet Zorginstellingen.
Deze Kwaliteitswet Zorginstellingen stelt dat iedere zorginstelling garant dient
te staan voor verantwoorde zorg. Verantwoorde beroepsuitoefening door deskundige
en bekwame beroepsbeoefenaren maakt daarvan deel uit. De Kwaliteitswet
Zorginstellingen schrijft niet voor welke eisen er gesteld moeten worden aan
beroepsbeoefenaren maar verwacht dat een directie van een instelling hierin haar
verantwoordelijkheid neemt terwijl zij op deze verantwoordelijkheid ook kan
worden aangesproken. Daarom moet de kwaliteit van het beroepsmatig handelen in
de instelling systematisch worden bevorderd en bewaakt. Dit betekent dat de
directie, of een daartoe door de directie geautoriseerd persoon, vaststelt wie
bekwaam zijn om Voorbehouden Handelingen te verrichten. Indien Voorbehouden
Handelingen (zullen) worden verricht, dient de instelling ook voor de nodige
scholing zorg te dragen en / of de gevraagde zorg te organiseren en / of er zorg
voor te dragen dat voldoende bekwame medewerkers aanwezig (kunnen) zijn.
Vaak zal het daarom nodig zijn om de afspraken tussen beroepsbeoefenaren
schriftelijk vast te leggen, want de kwaliteit van het handelen moet
controleerbaar zijn. Bekwaamheidsregelingen en protocollen zijn hierbij zeer
goede hulpmiddelen. Hieruit volgt dat een directie verantwoordelijk is voor
het geformuleerde beleid met betrekking tot de uitvoering van de Wet BIG binnen
de instelling. Leidinggevenden zijn verantwoordelijk voor de concrete uitvoering
van dit beleid binnen de afdeling / voorziening en de personen waaraan zij
direct leiding geven. Dit betekent ook dat de leidinggevende verantwoordelijk
is voor het informeren van de (nieuwe) medewerkers over de uitvoeringsregeling
van de Wet BIG.
In de zorgverlening, waar
vaak meerdere beroepsbeoefenaren verantwoordelijk zijn voor de zorgverlening aan
een cliënt, is het schriftelijk vastleggen van aanwijzingen zeer belangrijk. Als
degene die de opdracht-met-aanwijzingen aanneemt, deze aanwijzingen alleen
mondeling overdraagt, kan belangrijke informatie verloren gaan. Het is tevens
gewenst om, ook bij mondelinge opdrachten, de datum en de naam van de
opdrachtgever en de opdrachtnemer in de rapportage schriftelijk vast te leggen.
Zo kan te allen tijde worden nagegaan wanneer en door wie de opdracht is gegeven
en aangenomen.
c. Bekwaamheidsregeling
Aangezien de opdrachtgever de zekerheid moet
hebben dat de uitvoerder van de handeling bekwaam is, zijn de arts, de
uitvoerder en de instelling gebaat bij duidelijke en zorgvuldig opgestelde
regels met betrekking tot het overdragen van opdrachten.
Een systeem van bekwaamheidsverklaringen kan daarbij een nuttig hulpmiddel zijn.
Deze verklaringen geven aan dat de beroepsbeoefenaar, een bepaalde
opdrachtnemer, theoretisch en praktisch geschoold is om op grond van getoonde
bekwaamheid op deskundige wijze een bepaalde in het bijzonder genoemde
handeling, na opdracht hiertoe, kan uitvoeren.
Een bekwaamheidsverklaring is alleen geldig indien de leidinggevende van de
afdeling / voorziening deze verklaring heeft bekrachtigd.
Door een bekwaamheidsverklaring neemt de instelling feitelijk een deel
van de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever over, namelijk het vaststellen
van de bekwaamheid van de opdrachtnemer. Vanzelfsprekend moet de opdrachtnemer
elke keer weer zelf bepalen of hij daadwerkelijk bekwaam is om de opdracht uit
te voeren.
Er bestaan geen wettelijke kaders voor
protocollen. De meeste protocollen komen tot stand door middel van “evidence
based practice”. Onder “evidence based practice” wordt hier een proces verstaan
waarin beroepsbeoefenaren op basis van hun klinische ervaringen, de voorkeuren
van de patiënt/cliënt, de aanwezigheid van beschikbare hulpmiddelen en waar
mogelijk op basis van onderzoeksresultaten tot het opstellen van een protocol
zijn gekomen.
Een protocol kan hier worden omschreven als een specifiek gestandaardiseerde
beschreven handelwijze. Het komt steeds vaker voor dat men liever kiest voor de
term richtlijnen. Het spreekt vanzelf dat een voorbehouden en risicovolle
handeling meer het karakter zal hebben van een protocol. De overige handelingen
hebben meer het karakter van een handleiding cq richtlijn.
De directie van een instelling stelt in principe protocollen vast in overleg met
of na overleg tussen opdrachtgever(s) (arts) en opdrachtnemer(s)
(verpleegkundige).
Een protocol kan de kwaliteit van het handelen van de beroepsbeoefenaar
ondersteunen. In een dergelijk protocol is vaak een checklist opgenomen van uit
te voeren handelingen.
Een protocol kan ook dienen voor een toetsing achteraf, door de
beroepsbeoefenaar zelf, zijn collega’s of bijvoorbeeld de tuchtrechter.
Een protocol betreffende Voorbehouden en Risicovolle Handelingen wordt na overleg met de
patiënt /
cliënt in het behandelplan / ondersteuningsplan / zorgplan opgenomen, of er
wordt ten minste verwezen naar een bestaand protocol.
Om vorm te geven aan de Wet BIG kunnen
verschillende protocollen zijn ontwikkeld. 1. Protocollen die
betrekking hebben op Voorbehouden Handelingen 2. Protocollen die betrekking
hebben op Risicovolle Handelingen 3. Protocollen die betrekking hebben op
Overige Handelingen
- injecteren
- katheteriseren van de blaas bij mannen
- katheteriseren van de blaas bij vrouwen
- inbrengen van een Gastrostomie-katheter
- inbrengen van een neus/maagsonde
- inbrengen van een supra-pubische-katheter
Deze handelingen worden in principe op dezelfde wijze benaderd als de Voorbehouden Handelingen. Het
betreft de volgende handelingen:
- het verstrekken van medicijnen via een vernevelaar
- het toedienen van zuurstof in acute situaties
- het toedienen van zuurstof permanent
- het verzorgen van een tracheotomie-wond
- het geven van sondevoeding in bulk
- het geven van sondevoeding via voedingspomp
- het toedienen van klysma’s en / of rectioles
- het manueel verwijderen van faeces
- uitzuigen van slijm in keel- en mondgebied
- Deze worden hier niet nader omschreven omdat deze handelingen betrekking kunnen hebben op een veel omvattend arsenaal van
verzorgende handelingen.
- Het arsenaal van de Overige Handelingen (waaronder het op voorschrift verstrekken van orale medicatie) valt wel onder de Wet BIG, namelijk onder de noemer van het
zorgvuldig handelen.
- In deze voorkomende gevallen kan men binnen een voorziening zelf een protocol opstellen.
Algemeen
Ook voor het opstellen
van bekwaamheidsverklaringen zijn geen wettelijke kaders aanwezig. Elke
medewerker is zelf verantwoordelijk voor het eigen handelen. Dat
wil zeggen dat men geen handelingen mag verrichten wanneer men zich zelf daartoe
niet bekwaam acht. Om een goede en
verantwoorde zorg toch mogelijk te maken geldt de Wet BIG als uitgangspunt.
Een instelling neemt haar verantwoordelijkheid door middel van een geformuleerd
beleid inzake de uitvoering van de Wet BIG. In dit beleid is voorzien door
uitvoering te geven aan de wettekst, protocollen en bekwaamheidsverklaringen
voor niet-verpleegkundigen.
In het kader van de Wet
BIG mag er van worden uitgegaan dat de verpleegkundige ( dus alleen hiertoe
geregistreerden) voldoende is opgeleid tot het verrichten van Voorbehouden
Handelingen. De instelling en de opdrachtgever (arts) mogen dit in het te
voeren beleid als uitgangspunt hanteren. Een verpleegkundige is bevoegd tot
het verrichten van Voorbehouden Handelingen, tenzij deze zich niet bekwaam acht.
Verpleegkundigen dienen zich in principe te houden aan protocollen, maar mogen,
indien daartoe noodzaak bestaat, zelfstandig afwijken van een protocol met een
eventuele verantwoording achteraf.
Voor niet-verpleegkundigen geldt dat zij zich ook bekwaam mogen achten, maar dit
maakt hen in het te voeren beleid nog niet bevoegd. Om bevoegd te zijn is het
van belang dat zij beschikken over een bekwaamheidsverklaring. Deze
bekwaamheidsverklaringen kunnen als volgt worden verkregen. Niet-verpleegkundigen die zich wel bekwaam achten en dit hebben
aangetoond kunnen onder bepaalde voorwaarden door de arts en de leidinggevende
bekwaam worden verklaard.
Indien een niet-verpleegkundige nog niet bekwaam is of zich wel bekwaam
acht maar dit nog niet heeft kunnen aantonen, kan deze worden begeleid naar het
wel bekwaam cq bevoegd worden.
In het laatste geval dient:
- de Voorbehouden of Risicovolle Handeling regelmatig voor te komen in de te verlenen zorg
- het protocol van de Voorbehouden Handeling door de niet-verpleegkundige kunnen worden benoemd.
- de Voorbehouden Handeling ten minste eenmaal goed en geheel zelfstandig onder toezicht van een arts of daartoe
aangewezen verpleegkundige te zijn uitgevoerd
Daarna mag de niet-verpleegkundige de handeling
uitvoeren als deze:
- hiertoe opdracht krijgt
- beschikt over een bekwaamheidsverklaring
- zich houdt aan het betreffende protocol
De bekwaamheidsverklaring wordt
ondertekend door de leidinggevende (namens de directie), de arts of daartoe
aangewezen verpleegkundige (deze verpleegkundige kan in overleg tussen de
leidinggevende en de betreffende arts worden geautoriseerd tot het beoordelen
van iemands bekwaamheid) en de betreffende niet-verpleegkundige.
De
betreffende niet-verpleegkundige wordt in het bezit gesteld van de originele
bekwaamheidsverklaring nadat de leidinggevende hiervan een kopie voor zijn of
haar eigen archief heeft gemaakt.
Men kan niet worden verplicht tot
het verrichten van Voorbehouden en / of Risicovolle Handelingen.
Men kan ook
niet worden verplicht tot het tekenen van een bekwaamheidsverklaring.
Niet-verpleegkundigen mogen niet zonder instemming van een arts of bevoegd
verpleegkundige afwijken van een protocol.
Het vast stellen van de
bekwaamheid geschiedt door de arts en / of daartoe door de instelling aangewezen
verpleegkundigen (die zich hiertoe bereid hebben verklaard).
Het beoordelen van de bekwaamheid tot het verrichten van een Voorbehouden
Handeling van een medewerker.
Deze beoordeling kan op verschillende manieren
tot stand komen:
a. Door een arts
b. Door een verpleegkundige (BIG-geregistreerd)
Een verpleegkundige die in staat is tot het beoordelen van iemands bekwaamheid,
dient in ieder geval aan de volgende criteria te voldoen:
- De verpleegkundige dient een BIG-geregistreerde te zijn.
- De verpleegkundige dient zelf bekwaam te zijn
- De verpleegkundige dient ervaring met betrekking tot een bepaalde Voorbehouden Handeling te kunnen aantonen.
- De verpleegkundige dient bereid te zijn anderen te beoordelen op hun bekwaamheid ten aanzien van een (of meer) Voorbehouden Handelingen.
Bronnen
De Wet BIG - Onder Voorbehoud, uitgave Ministerie VWS, september 1996
Eigen aantekeningen symposia en werkgroepen
Links
BIG-register.
website
Wet BIG:
website
Ministerie VWS,
website
|