Protocol
Decubitus-preventie
Algemene opmerkingen
1. Inleiding
Als een cliënt ouder wordt dient zich ook het probleem van (dreigende)
decubitus aan. De kans op decubitus is ook groot bij Meervoudig Complex
Gehandicapte cliënten.
Verpleegkundigen, Ziekenverzorgenden, Artsen en Fysiotherapeuten (zowel
intra- als extramuraal werkend) hebben
ten aanzien van decubitus in 1985 een consensus bereikt. Deze staat hierna
beknopt vermeld en geldt hier als uitgangspunt voor de decubituspreventie.
2. Consensustekst (uittreksel)
-
Decubitus kan vrijwel altijd voorkomen worden.
-
Decubitus is elke degeneratieve verandering van weefsel, die tot stand
komt onder invloed van inwerkende druk en / of schuifkrachten. Een langdurige
lage belasting is wat dat betreft net zo gevaarlijk als een korter durende hoge
belasting op de weefsels.
-
Decubitus verlengt de verpleegduur, en vereist extra voorzieningen. Dit
kost veel geld en menskracht.
-
Decubitus beïnvloed de kwaliteit van het leven ongunstig! Het kan
leiden tot complicaties, en zelfs tot overlijden. Voorkomen van decubitus
behoort dus een hoge prioriteit in de totale zorgverlening te krijgen.
-
Decubitus berust vooral op een doorbloedingsstoornis van de huid
en de onderhuidse weefsels. Er bestaat
géén op de huid te appliqueren middelen waarmee deze doorbloedingsstoornis kan
worden opgeheven.
-
De vereiste / gewenste
verpleegkundige handelingen met betrekking tot decubituspreventie dienen
uitsluitend door verpleegkundigen en ziekenverzorgenden te worden vastgesteld.
Deze verpleegkundige handelingen zullen in
ieder geval moeten omvatten: de onder punt 4a vermelde zinvolle preventieve
maatregelen.
Ook de arts draagt voor het
decubituspreventie-beleid verantwoordelijkheid.
De inzet van de cliënt en / of zijn directe omgeving bij de preventie
van decubitus is zeer belangrijk, en moet dan ook gestimuleerd worden.
Er zijn factoren die de kans op het ontstaan van
decubitus vergroten. Deze factoren moeten worden nagegaan bij iedere
risicocliënt, en in een risicoscore uitgedrukt worden. Zie hiervoor
risicomatrix.
Voor het verkrijgen van inzicht in de effectiviteit
van de decubituspreventie is een goede registratie vereist.
3. Verschijnselen bij decubitus
·
Stadium 1:
Lokale roodheid of cyanose van de huid (de huid
voelt deegachtig gezwollen aan)
·
Stadium 2:
Lokale roodheid of cyanose van de huid, alsmede
blaren of blaasjes.
·
Stadium 3:
Lokale blauwgroen of donkerblauwe verkleuring, al da
niet met een oppervlakkig huiddefect.
Een eventuele wondbodem kan schoon, maar ook geïnfecteerd
zijn (met pusvorming).
·
Stadium 4
Lokale bruinzwarte verkleuring van het huidoppervlak
(necrose), al dan niet met oppervlakkig huiddefect. Een eventuele wond kan
schoon of geïnfecteerd zijn.
4a. Preventieve maatregelen die altijd zinvol zijn:
-
Invullen van de risicomatrix, om risicocliënten vroegtijdig te
ontdekken.
-
De cliënt zoveel als mogelijk mobiliseren.
-
De huid goed verzorgen. Pas een goede hygiëne toe en voorkom dat de
huid verweekt door onder andere incontinentie en zweet.
De huid kan het beste gewassen worden met een
overvette zeep. Afdrogen dient deppend en niet wrijvend te geschieden.
-
Voorkom schuiven van de huid op de onderlaag bij het toepassen van
wisselligging of verplaatsen / vertillen van de cliënt.
-
Inspecteer de huid bij elke gelegenheid die zich voor doet. Dit is
onlosmakelijk verbonden met de wisselligging. De bevindingen van deze inspectie
bepalen de frequentie van de wisselligging.
-
Betrek de cliënt zo mogelijk bij de preventie
-
Voorkom of bestrijd voedingsdeficiënties
-
Schakel eventueel via de arts een diëtist in.
-
Let vooral op bij druk- of gipsverbanden en bandages, riempjes,
drukkers, versiersels, alsmede strak zittende kleding.
-
Vermijd broei-bevorderende kleding (kunstvezels).
-
Bij verwekingverschijnselen van de huid, moet deze beschermd worden
door een transparant verband, ook wanneer er sprake is van roodheid ten gevolge
van schuiven (de huid voelt dan ruw aan).
-
Zo nodig de huid wrijven met anti-decubituscrème (AD-crème)
Bij bedlegerige cliënten komt daar nog bij:
-
Pas wisselligging toe.
De frequentie hiervan zal men bij een
risicocliënt op ten minste eenmaal per drie uur moeten stellen. Denk ook aan de
mogelijkheid van buikligging.
-
Zorg voor een droge, schone, gladde onderlaag.
Let ook op het verwijderen van kruimels en
voorkom plooivorming ten gevolge van het beddengoed of incontinentiematerialen.
Lakens ook weer niet tè
strak aanspannen.
-
Lichaamsdelen zoveel mogelijk vrijleggen van bedreigde plekken.
-
Voorkom in bed een halfzittende houding, waarbij sprake is van
schuifkrachten.
-
Controleer het matras op veerkracht en steunfunctie. Soms is een nieuw
matras de oplossing van het probleem!
Bij rolstoelgebonden cliënten is nog van
belang:
-
Wrijvingskrachten veroorzaken schuifspanning in het weefsel. Deze nemen
sterk toe als de rugleuning van de stoel ten opzichte van het zitvlak
achterover gekanteld wordt.
Om deze krachten te verminderen moet men het
zitvlak mee laten kantelen (dit kan wel tot gevolg hebben dat de cliënt
moeilijker uit zijn stoel komt).
-
De zitting van de stoel dient de
bovenbenen van de cliënt goed te ondersteunen. Een juiste zitdiepte is dus van
belang. Daarnaast moeten de beensteunen zodanig afgesteld worden, dat de
bloedvaten in de knieholte niet afgekneld raken.
-
Laat de cliënt zich zo mogelijk regelmatig even “opdrukken” in zijn
stoel of op andere wijze van houding veranderen.
-
Controleer regelmatig of de cliënt nog wel goed in zijn stoel zit, of
dat er iets aangepast moet worden.
4b. Preventieve maatregelen in individuele gevallen zinvol.
-
Drukontlastend materiaal voor bedreigde plaatsen zoals hielen en
ellebogen (bij buik- en zijligging behoeven de knieën ook aandacht). Bij
voorbeeld met kleine schapenvachtjes onder hierboven genoemde plaatsen. Bij
zijligging: kussen(s) tussen de knieën.
-
Een dekenboog ter hoogte van de knieën, dit heeft als gevolg dat de
druk van het beddengoed op de voeten afneemt, zodat de kans op decubitus van de
hielen afneemt.
-
Speciale zit- of ligondersteuningen. Te denken val aan permanente zit-
of ligorthesen of speciale kussens die in stoelen geplaatst kunnen worden.
Geen enkel antidecubitus
hulpmiddel kan andere preventieve maatregelen vervangen!
Er bestaat voor de zittende cliënt geen
anti-decubituskussen dat veilig is, in die zin dat men er uren achtereen
passief op kan blijven zitten.
Een alternerend luchtmatras kan worden
voorgeschreven bij bedlegerige cliënten, met een gewicht van hoger dan
Deze maatregelen zijn pas zinvol als ze
volgen op de maatregelen onder 4a. Het zijn aanvullingen op het algemene
preventiebeleid.
Als een van de bovenstaande materialen
gebruikt gaat worden voor de cliënt, dan moet men ook zorgen voor een juiste
instructie. Deze materialen hebben alleen zin wanneer ze goed worden gebruikt.
Geef goede feedback aan degene die de antidecubitus
materialen inkoopt of verstrekt
4c. Preventieve handelingen die niet zinvol zijn:
Deze zijn in dit kader
daarom niet meer toegestaan!
-
Inpakken van hielen en / of ellebogen met vette watten en zwachtels.
-
IJzen en föhnen.
-
Windring
-
Onbuigzame hielringen.
-
Wrijven met kamferspiritus.
-
Katheteriseren bij incontinentie.
Werkwijze
-
Bij het vermoeden van risicofactoren en / of beginnende decubitus
risicomatrix invullen.
-
Bij daadwerkelijk signaleren van risicofactoren en / of beginnende
decubitus dit aan de arts melden.
-
Uitvoering geven aan onder punt 4a genoemde preventie, eventueel
aangevuld met de maatregelen genoemd onder punt 4b en 4c.
-
Organiseren van de benodigde materialen.
-
Indien, ondanks alle voorzorgen, toch decubitus optreedt, geschiedt een
eventuele behandeling alleen met instemming van de arts.
Mag
zelfstandig worden verricht door
Verpleegkundige is bevoegd
Andere
zorgverleners als men
beschikt over een bekwaamheidsverklaring (afhankelijk van het beleid van de
organisatie waar men werkt)
Let op:
Het is de bedoeling met dit
protocol een bijdrage te leveren aan een goede, verantwoorde en doelmatige
zorg- en dienstverlening. Het kan zo nodig worden aangepast aan de individuele
wensen van de cliënt. Bij twijfel ten aanzien van de uitvoering van dit
protocol of in situaties waarin dit protocol niet voorziet, overlegt men met de
direct leidinggevende.
Afwijken van dit protocol kan
soms noodzakelijk zijn, doch men zal afwijken van dit protocol te allen tijde
moeten kunnen motiveren. Dit protocol is slechts een hulpmiddel en kan en mag
nimmer de plaats innemen van het eigen denken en handelen van de zorgverlener /
ondersteuner.
De zorgverlener / ondersteuner
kent en neemt bij het hanteren van dit protocol zijn of haar eigen verantwoordelijkheid.
Auteur: D.Slagter, verpleegkundige
Publicatiedatum:
1 mei 2001
Laatste herziening: 07-03-2011
Disclaimer: De
auteur draagt geen enkele verantwoordelijkheid ten aanzien van het gebruik van
dit protocol. Raadpleeg zo nodig de arts.
Copyright © 2001 - 2012