Richtlijn

 

Bloedglucosegehalte meten door middel van een heamoglucostrip

 

 

Doel

Het bepalen van het bloedglucosegehalte bij cliënten met diabetes

Om, afhankelijk van de verkregen waarden, de hoeveelheid insuline bij te stellen of het dieet aan te passen.
Het bepalen van het bloedglucosegehalte kan ook plaatsvinden bij verschijnselen die kunnen duiden op een te hoog of te laag bloedsuikergehalte, soms op verzoek van de cliënt, soms op verzoek van de arts.

 

Algemene opmerkingen

Bij een te hoog of te laag bloedsuikergehalte (lager dan 3 en hoger dan 10) een arts waarschuwen of zonodig zelf maatregelen nemen.

 

HYPO (bloedsuikergehalte lager dan 3 mmol)

Oorzaken        - Niet genoeg of te laat eten

- Te veel of te snelle opname van insuline

- Meer lichaamsbeweging dan gebruikelijk

Symptomen    - Honger, beven zweten, concentratieproblemen, duizeligheid, hartkloppingen, wazig

                          zien, bleekheid, rusteloosheid, soms hoofdpijn, tintelingen in de handen, voeten,

                          lippen of tong en een trillerig gevoel

 

Behandeling     - Het eten van één of twee suikerklontjes, gevolgd door het eten van twee sneetjes

                          brood. Indien onvoldoende reactie snel de huisarts waarschuwen.

                          Na ongeveer één uur opnieuw prikken.

     

HYPER (bloedsuikergehalte hoger dan 10 mmol)

Oorzaak          -Onderbehandeling (toedienen van te weinig insuline)

 

Symptomen    -Moeheid, veel plassen, veel dorst en een droge tong

 

Behandeling     -Medicatie aanpassen (IN OVERLEG MET ARTS!!!!!), goed laten drinken,

                         temperatuur meten (is er een infectie?), volgende dag eventueel dagcurve laten

                         prikken

 

Benodigdheden

-                 Disposable handschoenen

-                 Prikpen of lancet

-                 Teststrip

-                 2 kleine gaasjes of wattenbolletjes

-                 Pleister

-                 Naaldcontainer

 

Voorbereiding

-                 Vertel de cliënt het doel van de handeling; wat er gaat gebeuren, of indien deze dit niet kan begrijpen: noem de naam van de cliënt en vertel dat er iets gaat gebeuren.

Leg uit dat het prikken in de vinger een beetje pijn kan doen.

 

Werkwijze

-                 Zet alle benodigdheden klaar

-                 Controleer de vervaldatum van de teststrips

-                 Neem een teststrip uit de koker en leg deze met het testveld naar boven op het werkgebied (kastje, bekkentje of dienblad) klaar zonder het testveld aan te raken.

-                 Sluit de koker met teststrips weer direct.

-                 Maak de prikpen klaar voor gebruik volgens de gebruiksaanwijzing (dit is per apparaat verschillend) of leg de lancet klaar.

-                 Vertel de cliënt het doel van de handeling; wat er gaat gebeuren, of indien deze dit niet kan begrijpen: noem de naam van de cliënt en vertel dat er iets gaat gebeuren.

-                 Was de handen

-                 Laat de cliënt de handen wassen met warm water en goed afdrogen.

-                 Laat de cliënt zitten of liggen (afhankelijk van diens situatie)

-                 De hand van de aan te prikken vinger omlaag laten hangen.

-                 Trek de disposable handschoenen aan

-                 Prik de cliënt met de prikpen of de lancet aan de zijkant van de vingertop (niet in duim en wijsvinger)

-                 Veeg de eerste druppel bloed weg met een watje of gaasje

-                 Breng de tweede bloeddruppel op het testveld van de teststrip. Zorg dat de bloeddruppel het hele testveld bedekt en raak het testveld niet aan.

-                 Stuw zo nodig de vinger licht, zodat een grote bloeddruppel ontstaat.

-                 Veeg met een matige druk, na exact 1 minuut, het bloed van het testveld met een droog en schoon watje.

-                 Lees na weer 1 minuut de bloedglucosewaarde af door de kleur van het testveld te vergelijken met de kleurblokken op de

-                 koker.

-                 Als de bloedglucosewaarde hoger dan 17 mmol is, nog één minuut wachten en nogmaals de

-                 Bloedglucosewaarde aflezen.

-                 Eventueel resterend bloed van de vinger van de cliënt (laten) verwijderen

-                 Bij nabloeden een gaasje of pleister aanbrengen op de vingertop

-                 Deponeer het naaldje uit de testpen of de lancet in de naaldencontainer

-                 Trek de handschoenen uit

-                 Ruim alle materialen op

-                 Handen wassen.

-                 Deel de cliënt de uitslag mede

-                 Noteer de verkregen bloedsuikerwaarden direct op in het zorgdossier of diabetenboekje

 

Complicaties

Geen

 

Mag zelfstandig worden verricht door

Iedereen die zich hiertoe bekwaam acht en toestemming heeft van de verantwoordelijke leidinggevende

 

 

Let op:

Het is de bedoeling met deze richtlijn een bijdrage te leveren aan een goede, verantwoorde en doelmatige zorg- en dienstverlening. Het kan zo nodig worden aangepast aan de individuele wensen van de cliënt. Bij twijfel ten aanzien van de uitvoering van deze richtlijn of in situaties waarin deze richtlijn niet voorziet, overlegt men met de direct leidinggevende.

Afwijken van deze richtlijn kan soms noodzakelijk zijn, doch men zal afwijken van deze richtlijn te allen tijde moeten kunnen motiveren. Deze richtlijn is slechts een hulpmiddel en kan en mag nimmer de plaats innemen van het eigen denken en handelen van de zorgverlener / ondersteuner.

De zorgverlener / ondersteuner kent en neemt bij het hanteren van deze richtlijn zijn of  haar eigen verantwoordelijkheid.

Deze richtlijn is niet bedoeld voor particulier gebruik.

 

Auteur: D.Slagter, verpleegkundige

Publicatiedatum: 1 mei 2001

Laatste herziening: 07-03-2011

Disclaimer: De auteur draagt geen enkele verantwoordelijkheid ten aanzien van het gebruik van deze richtlijn. Raadpleeg zo nodig de arts.

 

Copyright © 2001 - 2012 Dick Slagter All  rights Reserved.